Chicanes, chicane, chicaantje(?)
Het woord valt steeds vaker de laatste tijd. En als dat zo blijft, vallen ook de fietsers steeds vaker.
Maar wat is dat eigenlijk, een chicane? Is het wel een Nederlands woord? Waar komt het vandaan? Dat vraagt om een taalkundige analyse.
Chicane is van oorsprong een Frans woord. Het is nota bene via de autoracerij het Nederlands binnen gekomen.
Het werkwoord ‘chicaner’ betekent ‘om te muggenziften’. Als zelfstandig naamwoord betekent ‘chicane’ iets als ‘ruzie’, ‘onenigheid’, ‘twistzieke’. In het Frans betekent ‘chercher chicane’ zelfs ‘ruzie zoeken’, ‘ruzie uitlokken’. Het heeft dan ook nadrukkelijk een negatieve betekenis, meer richting ‘pesten’, ‘haarkloven’, of het ‘moedwillig moeilijk maken’. Het Nederlandse woord ‘sikkeneurig’ (chagrijnig of mopperig) stamt via het Franse chicaneur (mopperkont of dwarsligger) ook hiervan af.
Zo is het ook in de autoracerij onze taal ingekomen. Het is een (scherpe) bocht of reeks bochten die expres is aangelegd om de coureurs te dwingen af te remmen. Daar kan men elkaar ook lekker dwars zitten door afsnijdende bewegingen.
Via die route is het in het gewone wegontwerp terechtgekomen als wegversmallingen bedoeld om hardrijdend verkeer af te remmen.
Maar…
wat leren we hiervan? Hopelijk is het de gemeente er toch niet om te doen geweest om ruzie uit te lokken, om fietsers te pesten, om het hen moedwillig moeilijk te maken. We zien ook wel dat de bedoeling was om de coureurs te dwingen af te remmen.
Nee, de Fietsersbond is echt geen chicaneur (mopperkont). Onze ‘chicane’-strijd gaat over de veiligheid van de langzame weggebruikers die volgens het gemeentelijke beleid voorrang moeten krijgen.
